Anatomie van een gebreide sok
Een gebreide sok bestaat uit verschillende delen: boord (manchet), been (leg), hiel (heel), voet (foot) en teen (toe). Elk deel heeft een specifieke techniek — de boord wordt in ribbel gebreid, been en voet in tricotsteek en hiel en teen vereisen vormen (minderen en meerderen van steken).
Wat je nodig hebt
Garen: Sokkengaren (fingering weight, categorie 1) — typisch een mix van wol en nylon (75/25). Nylon voegt duurzaamheid toe. Ongeveer 100 g per paar.
Naalden: Sokkennaalden (DPN) 2,5–3 mm, set van 5 stuks. Of rondbreinaalden voor de magic loop methode.
Twee strategieën
Van boven naar beneden (cuff-down)
Traditionele methode. Je begint met de boord, breit het been, dan de hiel, voet en teen. Voordeel: eenvoudig, de meeste patronen gebruiken deze methode. Nadeel: als je garen opraakt, kun je de teen niet verlengen.
Van teen naar boven (toe-up)
Moderne methode. Je begint met de teen, breit de voet, hiel en been, eindigt met de boord. Voordeel: je breit tot je garen op is — optimaal gebruik. Nadeel: andere hieltechnieken en afwerking.
Hieltypen
Hoefijzer (heel flap + gusset) — traditioneel. Je breit een platte rechthoek (heel flap), dan draai je hem (turn heel) en pak je steken op aan de zijkanten (gusset). Stevige, duurzame hiel.
Korte toeren (short row heel) — je breit de hiel met verkeerde toeren zonder steken oppakken. Eenvoudiger, maar minder duurzaam. Populair bij toe-up sokken.
Basisproces (cuff-down, 64 steken)
Boord: Zet 64 steken op, verdeel over 4 naalden van 16. Sluit tot rondje. Brei ribbel 2×2 — 15–20 toeren.
Been: Tricotsteek (rechte steken rondom) — brei gewenste lengte (typisch 15–18 cm van boord tot hiel).
Hiel (heel flap): Op 32 steken (de helft) brei heen en weer: rechte toer — *1 overslaan, 1 recht*, averechte toer — averecht. 32 toeren.
Hiel draaien: Minder in het midden van de heel flap — 2 samen aan beide kanten van het middenpaneel, tot 10–12 steken over zijn.
Oppakken (gusset): Pak steken op aan de zijkanten van heel flap + steken van de wreef. Minder 2 steken elke andere toer aan de zijkanten van de voet, tot je weer 64 steken hebt.
Voet: Tricotsteek rondom — brei op voetlengte minus 5 cm (teen).
Teen: Minder aan beide kanten elke andere toer (2 samen aan begin van wreef en voet). Als 8–10 steken over zijn aan elke kant, sluit met Kitchener stitch.
Tips
Brei beide sokken tegelijk (op twee rondbreinaalden of magic loop) — ze worden identiek. Als je ze na elkaar breit, meet de lengtes en tel de toeren bij de eerste en noteer ze. Kies garen met nylon — pure wol slijt snel op hiel en teen.