Wat zijn kabels in het breien
Kabels (Engels: cables) zijn plastische, driedimensionale patronen in breiwerk die ontstaan door het kruisen van stekengr groepen. Ze zien eruit als gekruiste touwen of vlechten — ze lijken ingewikkeld, maar het principe is eenvoudig: je neemt een groep steken, zet deze op een hulpnaald, breit de volgende groep en keert dan terug naar de opzij gezette steken. Door dit kruisen van steken ontstaat het karakteristieke kabeleffect.
Kabels worden traditioneel geassocieerd met Iers en Aranbreiwerk. De klassieke Arantrui combineert tientallen kabelpatronen op een averechte ondergrond — elk patroon heeft een symbolische betekenis (vissersnetten, paden, diamanten).
Wat je nodig hebt
Hulpnaald (cable needle) — korte naald in U-vorm, gebogen of recht. Dient om tijdelijk steken op te zetten. Beschikbaar in verschillende maten — kies een vergelijkbare dikte als je hoofdnaalden. Een alternatief kan een haarspeld, grote speld of kort stukje draad zijn.
Garen — kabels komen het beste uit in glad, licht garen. Ideaal is wol of mengsel garen (merino, alpaca). Donkere en te harige garens 'slikken' het patroon op.
Basiskabel (4 steken) — werkwijze
Voorbereiding
Een kabel wordt gebreid op een ondergrond van averechte steken. Typisch: enkele averechte steken, dan een kolom rechte steken (toekomstige kabel), weer averechte steken. De kabel wordt elke 4–8 naalden gekruist.
Kruisnaald (kabel naar links — C4F)
Stap 1: Zet 2 steken op de hulpnaald en houd deze VOOR het werk (front).
Stap 2: Brei de volgende 2 steken van de linkernaald recht.
Stap 3: Brei de 2 steken van de hulpnaald recht.
De kabel draait naar links. Voor een kabel naar rechts (C4B) houd je de hulpnaald ACHTER het werk (back).
Naalden tussen kruising
In de naalden tussen kruisingen brei je de kabelkolommen recht — rechte steken over rechte, averechte over averechte. Typisch wordt elke 4, 6 of 8 naalden gekruist.
Types kabels
Eenvoudige kabel — één kolom steken wordt gekruist (C4F, C4B, C6F, C6B). Het cijfer geeft het aantal steken aan, de letter de richting (F = front/links, B = back/rechts).
Touwkabel (rope cable) — kabel die altijd in dezelfde richting kruist. Creëert een spiraal/schroef.
Honingraat (honeycomb) — twee naburige kabels kruisen afwisselend links en rechts. Het resultaat lijkt op een honingraat.
Brede kabel — C8F, C8B of meer. Effectvol, maar verbruikt meer garen en het werk wordt duidelijk smaller.
Waarom kabels het werk versmallen
Door het kruisen van steken trekt het werk samen — de kabel 'verbruikt' breedte. Bij één kabel is de versmalling klein, maar bij een Arantrui met tientallen kabels kan de breedte 15–20% kleiner zijn dan bij glad gebreide tricotsteek met hetzelfde aantal steken. Daarom is het belangrijk een proeflapje te breien en de stekenverhouding te meten inclusief kabels, niet alleen de tricotsteek.
Kabel zonder hulpnaald
Ervaren breiers breien vaak kabels zonder hulpnaald — steken van de naald laten glijden, ze laten 'hangen' en dan in nieuwe volgorde oppakken. Dit is sneller, maar vereist zekerheid en oefening. Begin met een hulpnaald — steken worden er veilig op gezet en je kunt geen steken verliezen.
Tips voor beginners
Begin met een eenvoudige kabel C4F of C4B op een klein proefstuk (sjaal of hoofdband). De averechte achtergrond moet minstens 3–4 averechte steken aan elke kant van de kabel hebben, zodat deze opvalt. Tel de naalden tussen kruisingen — als je vergeet wanneer te kruisen, wordt de kabel ongelijkmatig. Een naaldenteller of papier met streepjes helpt.