Breien Machinaal breien Haken Materialen Uitrusting Spinnen
Knitivo Breien Technieken

Ribbelsteek (rib stitch) — rekbare steek voor boordjes en manchetten

Ribbelsteek (rib stitch) — rekbare steek voor boordjes en manchetten

Wat is ribbelsteek

Ribbelsteek (Engels: rib stitch, ribbeling) is een breisteek die ontstaat door het afwisselen van rechte en averechte steken in kolommen. In tegenstelling tot de mossteek, waarbij het patroon in elke toer verschuift, brei je bij ribbeling boven een rechte steek altijd recht en boven een averechte steek altijd averecht — het patroon blijft in verticale kolommen.

Het resultaat zijn uitgesproken verticale ribben met extreme rekbaarheid in de breedte. Ribbeling trekt samen tot een smalle strook en opent zich bij uitrekken — daarom wordt het gebruikt voor boordjes van truien, manchetten, sjaals en mutsen.

Soorten ribbeling

Ribbeling 1×1 (R1, A1)

Je wisselt 1 rechte, 1 averechte steek af. De fijnste ribbeling, hoogste rekbaarheid. Wordt gebruikt voor boordjes van sokken, smalle sjaals en randen waar je maximale aansluitend wilt.

Ribbeling 2×2 (R2, A2)

Je wisselt 2 rechte, 2 averechte steken af. Meer uitgesproken ribben, nog steeds zeer rekbaar. De meest gebruikte ribbeling voor boordjes van truien, mutsen en handschoenen. Visueel opvallender dan 1×1.

Ribbeling 3×1, 2×1 en andere variaties

Asymmetrische ribbeling — rechte kolommen zijn breder dan averechte (of omgekeerd). Minder rekbaar, maar visueel interessanter. Wordt gebruikt als volledig patroon, niet alleen als boord.

Ribbeling als boord vs. volledig patroon

Boord — 3–8 cm ribbeling aan het begin van een trui, muts of sok. Rekbaar, houdt de vorm, sluit aan op het lichaam. Na de boord ga je over op een ander patroon (tricotsteek, kabels enz.).

Volledig patroon — het hele product in ribbeling. Typisch voor sjaals, rekbare omslagdoeken en nauwsluitende truien. Verbruikt meer garen dan tricotsteek (ribbeling trekt samen in de breedte, je hebt meer steken nodig voor dezelfde omtrek).

Waarom ribbeling niet oprolt

Net als mossteek — rechte en averechte steken balanceren elkaar uit en de spanning is evenwichtig. Ribbeling is een ideaal randpatroon voor projecten in tricotsteek, die wel oprolt.

Tips

Aantal steken — voor 1×1 ribbeling heb je een even aantal steken nodig, voor 2×2 een aantal deelbaar door vier. Als je rond brei, voeg dan de eis toe dat het totale aantal deelbaar is.

Rekbare rand — als je ribbeling begint, zet op met een rekbare methode (long-tail of tubular cast on). Als je afsluit, gebruik dan een rekbare afkant. Gewoon stevig opzetten/afsluiten vernietigt de rekbaarheid van ribbeling.