Breien Machinaal breien Haken Materialen Uitrusting Spinnen
Knitivo Breien Theorie

Afkortingen in breipatronen — complete woordenlijst

Afkortingen in breipatronen — complete woordenlijst

Waarom afkortingen bestaan

Breipatronen zouden zonder afkortingen ondraaglijk lang zijn. In plaats van "brei één steek recht, één averecht en herhaal tot het einde van de toer" wordt er simpelweg "*R1, A1* herh tot eind" geschreven. Afkortingen besparen ruimte en zijn na het leren sneller te lezen dan volledige tekst.

Let op — Amerikaanse en Britse terminologie verschillen. Dezelfde afkorting kan een andere steek betekenen. Controleer altijd welke terminologie het patroon gebruikt.

Basis Amerikaanse afkortingen

Afkorting Engels Nederlands
K Knit Rechte steek
P Purl Averechte steek
CO Cast on Opzetten
BO Bind off Afkanten
St(s) Stitch(es) Steek (steken)
RS Right side Goede kant
WS Wrong side Verkeerde kant
Rep Repeat Herhaal
YO Yarn over Omslag
Sl Slip Overzetten (zonder breien)
K2tog Knit 2 together 2 steken samen recht
P2tog Purl 2 together 2 steken samen averecht
SSK Slip, slip, knit Overzetten 2, samen breien
M1 Make 1 (increase) Voeg 1 steek toe
KFB Knit front and back Recht voor en achter
PM Place marker Plaats markeerder
SM Slip marker Verplaats markeerder
Rnd Round Toer (in het rond)
DPN Double pointed needles Sokkennaalden
CN Cable needle Hulpnaald

Amerikaanse vs. Britse terminologie

Amerikaans Brits Nederlands
Bind off (BO) Cast off Afkanten
Gauge Tension Stekenverhouding
Yarn over (YO) YFwd / YRN Omslag
Stockinette Stocking stitch Tricotsteek

Symbolen in patronen

Sterretje (*) — geeft het begin van herhaling aan. Tekst tussen *...* wordt herhaald. Voorbeeld: *R2, A2* herh tot eind = wissel 2 recht, 2 averecht tot het einde van de toer.

Haakjes [ ] of ( ) — groep steken die in één steek wordt uitgevoerd of herhaald. Voorbeeld: [R1, omslag, R1] in zelfde st = in één steek brei recht, omslag, recht.

Cijfer na haakje — hoe vaak herhalen. Voorbeeld: (R2, A2) 4 keer = herhaal 4×.

Grafische schema's

Veel patronen gebruiken grafische schema's (charts) in plaats van geschreven instructies. Elk vakje = één steek, symbool erin = type steek. Oneven toeren worden van rechts naar links gelezen (goede kant), even toeren van links naar rechts (verkeerde kant). Bij breien in het rond worden alle toeren van rechts naar links gelezen.

Hoe een patroon voor het eerst te lezen

Lees het hele patroon van begin tot eind voordat u begint te breien. Identificeer de terminologie (US/UK), noteer onbekende afkortingen en brei een proeflapje. Veel frustraties van breiers komen voort uit het feit dat ze beginnen te breien zonder het hele patroon te lezen en halverwege het project op een onbekende techniek stuiten.