Wat is een losse steek
De losse steek (Engels: chain stitch, afkorting ch) is de meest basale haaksteek — het startpunt van bijna elk haakproject. Een rij losse steken (chain) vormt de basisketting, waarop je vervolgens andere steken aansluit. De losse steek wordt ook binnen patronen gebruikt als luchtruimte, boog of hoogtevervanging voor een stokje.
Hoe haak je een losse steek
Stap 1: Startlusje (slip knot)
Maak een lus van het garen — kruis het uiteinde over het werkgaren, trek met de haaknaald een lus door en trek aan. Op de haaknaald heb je één lus — dit is het startpunt.
Stap 2: Losse steek
Pak het garen met de haaknaald (omslag) en trek het door de lus op de haaknaald. Op de haaknaald blijft één nieuwe lus over. Eén losse steek is klaar.
Stap 3: Herhaal
Herhaal stap 2 zo vaak als je losse steken nodig hebt. De ketting groeit — elke steek is een kleine lus verbonden aan de vorige.
Waar wordt de losse steek gebruikt
Basisketting — de startrij van elk haakproject (behalve de magische ring). Aantal losse steken = breedte van het werk + toename volgens de hoogte van de eerste steek.
Vervanging steekshoogte — aan het begin van elke toer haak je losse steken ter vervanging van de eerste steek: 1 ch = vaste, 2 ch = half stokje, 3 ch = heel stokje, 4 ch = dubbel stokje.
Luchtruimte — in ajour- en netpatronen scheiden losse steken groepen stokjes en creëren ruimtes, bogen en roosters.
Picot — kleine decoratieve lus (typisch 3 ch + vaste in eerste ch). Wordt gebruikt als sierrand.
Hoeveel losse steken opzetten
| Eerste steek in de toer | Ketting basis | Voorbeeld (20 steken) |
|---|---|---|
| Vaste (sc) | Aantal steken + 1 | 21 ch |
| Half stokje (hdc) | Aantal steken + 2 | 22 ch |
| Heel stokje (dc) | Aantal steken + 3 | 23 ch |
| Dubbel stokje (tr) | Aantal steken + 4 | 24 ch |
Waar de eerste steek haken
Hier raken beginners vaak de weg kwijt. De losse steek op de haaknaald telt niet mee. De eerste vaste haak je in de tweede steek vanaf de haaknaald. Het eerste hele stokje in de vierde steek vanaf de haaknaald — omdat de eerste 3 losse steken de hoogte van het stokje vervangen.
Veelgemaakte fouten
Te strakke ketting — beginners trekken de losse steek vaak te strak aan. Resultaat: de basisrij is korter en strakker dan de rest van het werk. Oplossing: haak de ketting losser of gebruik een haaknaald 1 maat groter en ga dan over op de juiste maat.
Gedraaide ketting — bij een lange ketting (deken, sjaal) draait de ketting tijdens het opzetten van de eerste steken. Oplossing: na het haken van de ketting leg je deze recht op een vlakke ondergrond en controleer je dat deze niet gedraaid is voordat je de eerste toer begint.
Verkeerd tellen — de lus op de haaknaald telt niet mee als losse steek. Tel de "V" vormen onder de haaknaald — elke V is één steek.